Zorghof – Monnickendam

Hof voor dementerenden – Monnickendam

Het ontwerp is een combinatie van de historische typologieën van de houtloods en het hof. De houtloods kent zijn traditie in de locatie en het hof in de visie van de verzorging.

Maquette

De lange lage houten houtloodsen

Vanaf het jaar 1766 moest door Albert van Wallendal belasting worden betaald voor de houtzaagmolen aan de Kloosterdijk. Kort daarvoor was deze zeskantse houtzaagmolen vanuit Ilpendam vervoerd, vanaf dat moment heette hij “ De Vriendschap”.

Langs de Kloosterdijk, die de oude verbindingen van de Purmer met de Zuiderzee begeleidt, stond deze karakteristieke houtzaagmolen, die tot 1961 als laatste zeskantige bovenkruier in Nederland in bedrijf bleef. In de nacht van 8 mei 1961 brandde de molen tot de grond toe af. De houtzagerij is herbouwd, maar zonder molen. De lange lage houten houtloodsen langs het water zijn nog steeds karakteristiek voor deze plek.

Het hofjesprincipe

Onze bevolking vergrijst. Dit is geen nieuws, maar het is hierdoor wel nodig om de zorg, zoals we haar nu kennen, te herdefiniëren. In het voor­jaar van 2012 is er dan ook door vijf politieke partijen afgesproken dat de lichte zorgzwaarte­pakketten (ZZP één tot met drie) in 2013 niet meer intramuraal gaan worden. Het zogenaamde Lenteakkoord.

Het regeerakkoord wat hier op volgde wil dit uitgangspunt nog verder uitbre­iden. Het kabinet-Rutte II wil namelijk dat ZZP één tot en met vier zal worden geëxtramurali­seerd. Dit houdt in dat ouderen die vallen onder “beschut wonen met enige begeleiding” tot en met de ouderen die vallen onder “beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide verzorging,” hun wooncom­ponent zelf zullen moeten gaan betalen. Met als gevolg dat er enerzijds een mindere behoefte aan intramurale (binnen de muren van een zorginstelling) voorzieningen zullen komen, en er anderzijds een grotere vraag naar zelfstandige (de cliënt betaalt zelf) woonvormen zal gaan ontstaan. Dit zal inhouden dat het ouderwetse verzorgingshuis (intramuraal) grotendeels zal gaan verdwijnen. Of dit heel erg is, valt te be­twijfelen.

In de negentiende eeuw woonde de helft van de ouderen samen met hun kinderen. Vóór Willem Drees kende Nederland namelijk geen pensioenvoorziening

Vanaf de dertiende eeuw werden in vele steden ‘hofjes’ opgericht. Ze vormden van het, ook toen alle drukke, stadsleven afgekeerde kleine gemeenschappen, speciaal voor ouderen. De stichters van hofjes waren vaak kinderloze mannen of vrou­wen die hun geld na hun dood zinvol wilden besteden.

Door deze vorm van liefdadigheid hoopten ze een plek in de hemel te verwerven. Bovendien verbonden ze vaak hun naam aan het hofje, zodat hun naam ook na hun dood bleef voortbestaan.

De hofjes waren bijna uitsluitend bedoeld voor vrouwen die nog wel in staat waren voor zich­zelf te zorgen. Voor de mannen waren er zoge­naamde proveniershuizen. Net als bij de hofjes kochten de mannen zich eenmalig in, waarna ze kost en inwoning kregen.

Een hofje heeft haar naam te danken aan haar opbouw. Het karakteristieke van een hofje is namelijk niet zozeer het type woning – deze wijkt niet fundamenteel af van wat toen ge­bruikelijk was – maar haar stedenbouwkundige setting: besloten complexen van kleine huisjes rond een open ruimte. Deze open ruimte was ingericht voor gemeenschappelijke voorzien­ingen zoals privaten, wasvoorzieningen en siertuinen. Een hofje is vaak ommuurd en alleen toegankelijk via één of twee ingangen. Op deze manier kon niemand onopgemerkt binnen komen. Vele hofjes hadden een portier die de poorten sloot, deze portier was in dienst van de stichting die het hofje beheerde.

Het hofjesprincipe lijkt hier de perfecte vorm voor nieuwbouw voor ouderenwoningen. Het autonome, wisselende karakter, samen met de sociale controle die een zowel open als tegelijkertijd gesloten bouwvorm met zich meebrengt.

De verschillende soorten ruimtes zorgen voor een veranderende interpretatie van het landschap. De woning is een besloten lage ruimte die over het water uitkijkt, vanuit de collectieve ruimtes aan het eind van de kop van het gebouw bevindt zich een grote lichte ruimte met uitzicht op de dijk en in de beslotenheid van de drie hoven kan en mag men verdwalen.

Een dementerende kan verdwalen, maar herkent nog altijd de schoonheid van het geluid van de wind, de weidsheid van het water, de veranderingen van het licht en de geur van de bloemen. Daarom zullen de drie “Siertuinen” worden ontworpen door Piet Oudolf.

maquette 2

montage 1

maquette 2

luchtfoto

 

  • city       :  Monnickendam, Netherlands
  • client   :  de Zorgcirkel
  • collaboration : Piet Oudolf
  • team    : Ard de Vries, Francesco Visco
  • surface  :  3.000 m2

 



Reacties zijn gesloten.